Klimtechnieken 1

Door – op juli 11, 2013 – in KLIMMEN met geen reacties

Basistechnieken van het klimmen

Klimtechnieken bestaan in verschillende soorten en maten; van voetplaatsing tot rotatiecontrole. Ook zijn er verschillen in oppervlaktes waarop we klimmen; binnenwand, verschillende rotssoorten buiten etc. Elke soort klimtechniek wordt behandeld, maar niet elke techniek is toe te passen in alle klimroutes en ook niet op alle soorten oppervlaktes. Hieronder wordt enkel kort en stapsgewijs uitgelegd welke methodes mogelijk zijn.

  • Voetplaatsing

Bij klimmen moet men leren vertrouwen op de voeten. Ga zo veel mogelijk op de tenen en de bal van de voet staan, met de hak naar achter en naar beneden. Hierdoor komt er meer gewicht op de benen, met als gevolg dat de voeten veel beter blijven staan, dus minder snel wegglijden. 

  • Uitgangspositie en Balans

De voetplaatsing is een belangrijk deel bij de uitgangshouding bij het klimmen.  Daarnaast hoor je het lichaamszwaartepunt tussen de tenen te houden. Dit doe je (vaak) door je heupen richting de wand te kantelen. Het lichaamszwaartepunt ligt bij vrouwen ter hoogte van het stuitje, bij mannen ter hoogte van het borstbeen.

De handen dienen je lichaamsgewicht bij de muur te houden, je gebruikt ze dus voornamelijk om je evenwicht te behouden. De handen en onderarmen behoren hierbij zo min mogelijk kracht uit te oefenen.

  • Gewicht 

Het lichaamsgewicht wordt tijdens het klimmen continu verplaatst. Wanneer je namelijk je linkervoet een trede hoger wilt zetten (3), dan zul je het gewicht vanuit de uitgangspositie moeten verplaatsen naar je rechter voet (2). Dan pas zul je de linker voet zonder onnodig veel armkracht kunnen verplaatsen. De rechtervoet noemen we in dit geval het standbeen. Hier rust het lichaamsgewicht nu op (2).

Om vervolgens de rechtervoet een tree hoger te kunnen plaatsen voer je hetzelfde trucje uit, maar dan wordt links het standbeen. Hier rust dus nu het lichaamsgewicht op (5). Op deze manier kun je verder klimmen; steeds van standbeen wisselen.

  • Grepen

De armen hoor je tijdens het klimmen zo veel mogelijk te ontlasten. De benen dienen namelijk het meeste werk te doen. Deze spieren zijn immers één van de grootste en bezitten veel kracht. De vingers en handen bestaan voor een groot deel uit pezen en hebben dus ook minder (spier)kracht. De vingers, handen en armen kun je trainen om meer lichaamsgewicht te kunnen houden, toch blijven de pezen een kritische factor binnen het technisch klimmen. Hier vinden de meeste blessures plaats.

  • Heterolateraal Klimmen

Klim je heterolateraal, dan klim je met de rechterhand en linkervoet, of andersom. Op deze manier is er een goede balans van het lichaam, qua gewicht. (Rotatie van het lichaam is wel mogelijk).

  • Homolateraal Klimmen

Klim je homolateraal, dan klim je met de linker- hand én voet (1), of andersom. Soms liggen grepen en treden nu eenmaal op eenzelfde verticale lijn. Op deze manier heb je echter weinig tot geen balans meer in het lichaam; er ontstaat dan meestal een rotatie van het lichaam. Deze rotatie kun je voorkomen en dat wordt in het volgende hoofdstuk uitgelegd.

  • Rotatie van het lichaam

De draai-as van het lichaam loopt vanaf je kruin naar je stuitje. Rotatie van het lichaam komt voor in heterolaterale  stand, maar ook in de homolaterale stand. In beide gevallen kun je met de vrije voet (dus niet het standbeen) afsteunen tegen de wand.

homolateraal


heterolateraal

  • Voet wissel

Om de balans te behouden tijdens het klimmen is het wisselen van voeten soms nodig. Wanneer je met je linkervoet op een tree staat en je wil je rechter voet daar graag plaatsen, houd je je rechter voet boven de linker. Vervolgens maak je een klein hupje, waarbij je de linkervoet wegtrekt en de rechter plaatst. Richt je concentratie hier vooral op de rechtervoet, omdat je die gaat plaatsen.

  • Hand wissel

Wil je graag je linkerhand op de greep waar de rechterhand is geplaatst, dan zul je de handen vinger voor vinger moeten wisselen. Je linkerhand plaats je over de rechterhand, vervolgens verplaats je vinger voor vinger, totdat je de greep volledig met links vast hebt.

Share

Geef een reactie